ua-187811294-1

Waar der beuken breede kronen, Ons heur koele schaduw biên;
Waar we groene dennebosschen, Paarse heidevelden zien;
Waar de blonde roggeakker en het beekje ons oog bekoort,
Daar is onze Vale ouwe, Kost’lijk deel van Gelre’s oord.
Daar is onze Vale ouwe, Kost’lijk deel van Gelre’s oord.
Waar bij zomerzon de boomgaard, Kleurig ooft den wand’laar toont,
En de vruchtb’re korenakker, Stagen arbeid rijk’lijk loont;
Waar het aorige rivierke, Rustig stroomt langs groenen boord,
Daar is onze rijke Betuw, Kost’lijk deel van Gelre’s oord.
Daar is onze rijke Betuw, Kost’lijk deel van Gelre’s oord.
Waar kasteelen statig prijzen, Rond door park en bosch omringd,
Waar het voog’lenkoor zijn lied’ren, In het dichte loover zingt;
Waar het lief’lijk schoon van ’t landschap, ‘t Oog des schilders steeds bekoort,
Daar is onze “olde Graafschap”, Kost’lijk deel van Gelre’s oord.
Daar is onze “olde Graafschap”, Kost’lijk deel van Gelre’s oord.

Tekst en muziek: C.J.C. Geerlings (1941).

Fietsvakanties

Wandelvakanties